![]() |
KENNEDYSTICHTING School - internaat voor |
Direktie
: Verlengde Gemenelandsweg 18 d. Tel 410555 |
|
Doelstelling/De school/Internaat/Opvoeding en Onderwijs/Financiële Zorgen/Nalini |
|||
1965: Reeds in de eerste vergadering van de nieuwe stichting voorzag het bestuur dat een gemis aan opleiding van bevoegde leerkrachten voor het onderwijs aan gehoorgestoorden nog voor de nodige problemen zou zorgen.Op dat moment telde de school 5 leerkrachten, waarvan drie zusters een specifieke opleiding genoten hadden.In dat jaar werd een onderwijzeres voor 2 jaar uitgezonden naar Nederland voor de opleiding tot leerkracht aan de Kennedyschool, beloofde de minister om bij de oproep voor beursalen aan de speciale opleidingen nodig voor de dovenschool te zullen denken en lieten de zusters uit Oudenbosch weten dat er in 1967 en in 1968 telkens een zuster, na eerst de speciale bevoegdheid voor het geven van les aan doven behaald te hebben,naar de Kennedyschool zou komen.
In het schooljaar 1967/68 ging men aan de slag met het door broeder Acharius opgestelde programma en konden de leerkrachten twee vakken afronden waarbij gecommitteerden vanuit bet B.O. en Volksgezondheid aanwezig waren. In januari 1969 konden zij tentamen afleggen over de vakken audiologie en anatomie waarbij KNO arts Egger als gecommitteerde gevraagd werd.Ondertussen had het bestuur een onderhoud met Dr F. Jesserun i.v.m. de opleiding B.O. waarbij verzocht werd op korte tijd deze opleidingskwestie te regelen zodat ze voor de leerkrachten van de Kennedyschool meer effect zou hebben.Een half jaar later, als bleek dat die opleiding slecht georganiseerd was werd die zaak in de Centrale Raad besproken.In 1974 stede zuster Angèle nog een lijst op van mogelijke docenten voor de B.O. cursus welke in de Centrale Raad besproken werd. Daar werd voorgesteld om met deelname van andere stichtingen zelf die cursus op te zetten, maar met het nieuwe schooljaar ging die niet van start.We weten nu dat de officiële B.O.cursus nooit iets betekende voor leerkrachten van de Kennedyschool, de deelnemers wel een getuigschrift verstrekte die gehonoreerd werd.Veel later toen de B.O.opleiding niet meer bestond is er vanuit het MINOV een eenmalige opleiding van assistent-logopedist,een cursus die twee jaar duurde en 8 geslaagden opleverden waarvan in 1988 er een op de Kennedyschool te werk gesteld werd.
Bij het bezoek van leden van het hoofdbestuur van de Zusters van Oudenbosch in 1971 werd door dezen naar voren gebracht dat het vormen van opgeleide krachten een primaire zorg betekent voor de continuïteit van het werk.In 1971 werden interne opleidingen verzorgd: 'Verzorging van het gehoorgestoorde kind' waarvoor 10 dames slaagden en "Creatieve expressie" die zij ook met goed gevolg doorliepen.Nochtans bloedde de interne opleiding dood; het behalen van een diploma of certificaat mondde niet uit in een financiële waardering en voor het volgen van zo'n cursus, hoe belangiijk die ook moge zijn, was er geen animatie.In de loop der jaren gingen nog enkele leerkrachten voor een korte opleiding naar het buitenland. De meesten van hen bleven daarna niet lang op school.In 1986 kwamen drie vakmensen uit St.Michielsgestel voor het verzorgen van een drie weken durende opleiding voor de leerkrachten en het internaatspersoneel.Deze mensen maakten toen ook kennis met het door zuster Angèle Kroon opgestelde Vade-Mecum en vonden dit een machtig werk dat niet onderdeed voor hetgeen zij kwamen vertellen en stelden vast dat gebruiken van dit werk voor de nodige resultaten zou zorgen waarbij hun verdere hulp zelfs overbodig zou zijn.De leiding van het Instituut voor Doven in St.Michielsgestel had in die jaren de intentie om Suriname als pilot-project voor Zuid-Amerika te behandelen.Omwille van veiligheid en andere oorzaken is daar verder niets meer van terecht gekomen.Samen met wat broeder Acharius in 1967 zei kan nu ook nu herhaald worden: "We bewonderen het werk dat tot nu toe onder alle omstandigheden geschied is, werk verzet door leerkrachten, het bestuur en allen betrokken bij de opvoeding van de kinderen op de Kennedystichting".
In november 1946 begonnen de zusters met het geven van onderwijs aan kinderen met een auditieve handicap. In 1953 kwam er, op verzoek van Mgr.Kuypers ook een afdeling voor kinderen met een visuele handicap bij.Twee opleidingen die niet bij elkaar hoorden en het experiment duurde maar tien jaar.We moeten niet uit het oog verliezen dat het 'R.K. Doofstommen Instituut St.T'heresia' de eerste instelling was waar ouders hun kind met een handicap naar toe konden brengen.Uit notulen van bestuursvergaderingen, verslagen opgemaakt door leerkrachten, besluiten van het medisch team kan opgemaakt worden dat er niet alleen doven en slechthorenden op het instituut verbleven.Broeder Acharius van Dongen schreef in zijn verslag van ganser hart te hopen dat, in navolging van Nederland, de differentiatie in schooltypes zo ver zou vorderen dat niet meer ieder kind "dat niet spreekt" naar de Kennedyschool komt, maar ook op andere instellingen ruime aandacht krijgt.Ook nu dat er die differentiatie is zijn er nog steeds ouders die hun kind op de Kennedyschool willen plaatsen omdat het 'niet spreekt' en er soms bij zeggen dat het 'wel hoort'. In mei 1966 bepaalt het medisch team dat kinderen eerst gescreend moeten worden door de KNO-arts en daarna door een psycholoog alvorens ze op school toegelaten worden. Men vroeg zich toen af wat te doen met kinderen met een te lage I.Q.die het onderwijs niet konden en remrnend op de groep werkten.Er moeten dus in de eerste 20 jaar van het instituut ook kinderen uit medelijden opgenomen zijn die er in feite niet thuis hoorden en waar men later eigenlijk geen blij meer mee wist.Waarschijnlijk werd er daarom in de vijf eerste jaren van de Kennedystichting, nog al vlug, na een betrekkelijk korte observatieperiode niet geschikt bevonden werden voor de school en dus werden afgeschreven.De leerkrachten vonden dat die observatieperiode wel wat langer mocht duren en dat kinderen eenmaal ingeschreven en waarvan later toch bleek dat de schoolkeuze niet goed was niet afgeschreven mochten worden alvorens een andere school voor hen gevonden was.Later werd bepaald dat kinderen waarbij een meervoudige handicap zich openbaarde binnen een observatieperiode, die 3 tot 6 maanden mocht duren, afgevoerd konden worden na een desbetreffende uitspraak van deskundigen (psycholoog en medisch team). Wel werd gesteld dat een soepel standpunt t.a.v.twijfelgevallen ingenomen diende te worden zonder dat hierdoor het werk gefrustreerd werd.
Bij de grote aantallen kinderen geboren met een rubella-syndroom was er een onderscheid tussen begaafde-, minder begaafde en zwakbegaafde kinderen.In de overzichten van de aantallen leerlingen zien we gedurende vele jaren dat er één of twee klassen waren voor zwakbegaafde kinderen die 8% van de schoolbevolking uitmaakten voor wie de taalverwerving niet of slechts zeer beperkt haalbaar was en waarvoor de humanisering op andere manieren gerealiseerd werd. Tot in 1990 zijn er klassen geweest voor minder begaafde kinderen die een beroep leerden in de huishoud- of technische afdeling.