![]() |
KENNEDYSTICHTING School - internaat voor |
Direktie
: Verlengde Gemenelandsweg 18 d. Tel 410555 |
|
Doelstelling/De school/Internaat/Opvoeding en Onderwijs/Financiële Zorgen/Nalini |
|||
Samen met de directrice ontwierp hij een concept voor de opleiding van leerkrachten, waarbij een algemeen gedeelte gecombineerd zou kunnen worden met de opleiding van de andere B.O. cursus. Het meer specifieke deel zou verzorgd kunnen worden door docenten als KNO artsen en linguïsten en gedeeltelijk door eigen personeel. Hij hoopte dat die opleiding door de overheid erkend zou worden(gecommitteerden, salariëring, enz). De realisering ervan zou een stap betekenen om Suriname tot selfsupporting te maken.Ook verstrekte hij het bestuur adviezen m.b.t het opzetten van een goed functionerend team (psycholoog,K.N.O arts,audioloog,audiometriste,enz),over differentiatie van doven,slechthorenden,begaafden,zwakbegaafden en dubbelgehandicapten,de beïnvloeding van de ouders en verantwoordelijken om dove kinderen zo jong mogelijk naar school te sturen,een goede opleiding en salariëring van leerkrachten,de indeling van het internaat in kleine groepjes.
Met die aanbeveling ging men aan de slag;in de notulen van de bestuursvergaderingen komen steeds punten uit dit bezoek aan de orde:zaken die uitgevoerd worden of de aandacht hebben van bestuur en leiding,ook zaken die niet willen lukken of mislukken.
Zuster Tharcise Gardien was net uit Nederland gekomen om de gelederen te versterken en de leiding kreeg over de kleuterafdeling die al vlug zes klassen telde en een betrekkelijk zelfstandige afdeling van de school kon worden. De taalontwikkeling werd door haar systematisch aangepakt en ze legde zo bij de kinderen een onderbouw voor hun verdere ontwikkeling.In 1968 kwam zuster Angela Kroon met een rijke onderwijservaring uit Nederland die samen met de leerkrachten ging zoeken naar een goede oplossing voor het rekenonderwijs.Schrijven en handenarbeid werden aangepakt. Aan de ontwikkeling van ritmiek en expressie werd nog meer aandacht besteed.Zo kwam in oktober 1969 broeder Leobert Gerits uit St Michielsgestel waar hij al meer dan 10 jaar voor dove kinderen lessen in muziek,expressieve beweging en dans verzorgde. Drie dagen per week gaf hij in de klassen praktijklessen in muziek en expressieve beweging, gaf in die dagen, na schooltijd, lessen over de theoretisce achtergrond van dit onderwijs- en opvoedingaspect, met het WAT en HOE voor de praktijk. De twee laatste dagen van de week werkten de leerkrachten op een enthousiaste manier de oefeningen verder uit met hun leerlingen.In zijn schriftelijk verslag merkte broeder Leobert Gerits in 1969 op dat de reactie van de dove leerlingen op het geluid in het algemeen uitstekend was het geen hij als gevolg zag van het feit dat reeds geruime tijd in de school en daarbuiten gebruik werd gemaakt van klassikale versterkingsapparatuur en individuele hoorapparaten.
Vanaf 1965 wordt in de notulen der bestuursvergadering constant gemeld over een tekort aan klassikale- en individuele apparatuur- en het gaat dan om grote aantallen, 35 tot 60 - , van de aanschaf ervan, van financiële steun die daarvoor van sponsors gevraagd en verkregen wordt, van apparaten die defect zijn en de problemen om ze hersteld te krijgen, over diefstal van de bij het apparatuur behorende versterkers. Van de zusters van Oudenbosch krijgt de school nog regelmatig apparatuur, een aantal service-clubs komen jaarlijks met een aantal apparaten, de stichtingen Kinderzegels en Paasweldadigheid zijn regelmatig van de partij om aan te vullen. De apparatuur was voornamelijk van Philips; een enkele keer werd via Fernandes op voorstel van KNO-arts Does in USA het Zenith apparaat besteld. De bedoeling om de apparaten via St Michielsgestel vond geen goedkeuring bij Philips; dat moest gebeuren via C.K.C. hun vertegenwoordiger in Paramaribo. Het probleem bij die zaak was dat zij niet in staat waren de apparaten te repareren en de Kennedystichting daar in de loop der jaren heel veel organisaties en personen moest vragen om hen hierbij te helpen. Het begon met de TRIS die dat werk deden tot 1970. Een jongeman werkzaam bij de DSB dacht hem op te volgen maar liet het een tijd door zijn broertje doen.CKC deed het dan toch ook een tijdje. Er kwamen studenten van het NATIN, werknemers van SURALCO, individuele personen herstelden de individuele apparatuur,de klassikale werd een tijd niet hersteld. Later was TELESUR bereid de draadloze klassikale apparatuur te onderhouden en kreeg de stichting gedurende een jaar hulp van enkele militairen voor de reparatie van defecte individuele apparaten.De bij de apparaten nodig zijnde oorstukjes is een ander hoofdstuk; zusters maakten die, leerden het verder aan een groepsleidster of onderwijzeres die dan na een tijd naar het buitenland vertrok, het maken werd uitbesteed en dat lukte ook niet. Gedurende een tiental jaren kwam de gepensioneerde frater Johan dat gratis doen naast het audiometreren van kinderen, het maken van didactisch materiaal bij rekenen en taal en leerkrachten daarmee leren werken. Door de dokters opgegeven kwam hij nog even terug naar Suriname om een opvolger in te wijden in het vak.Apparaten hebben en ze functioneel gebruiken zijn twee verschillende zaken. Niet alle kinderen droegen graag een apparaat, verloren het daarom misschien ook vlug of maakten dat het defect raakte.Waarschijnlijk hebben veel kinderen meer last dan plezier gehad van die apparaten.Tegenwoordig lezen we dat willen ze effectief zijn voor dove kinderen deze al voor hun eerste levensjaar die prothese aangepast moeten krijgen.Kinderen en ook volwassenen die geen plezier ondervinden van een hoorprothese vinden dat maar lastige niet nuttige dingen.Ook de klassikale apparatuur was niet altijd in gebruik omdat ze nogal lastig te bedienen was en ook nog al eens defect.