![]() |
KENNEDYSTICHTING School - internaat voor |
Direktie
: Verlengde Gemenelandsweg 18 d. Tel 410555 |
|
Doelstelling/De school/Internaat/Opvoeding en Onderwijs/Financiële Zorgen/Nalini |
|||
Opvoeding en onderwijs
De zusters van Oudenbosch die naar Suriname kwamen om gehoorgestoorde kinderen te onderwijzen volgden alvorens te komen een tweejarige opleiding aan de Katholieke Leergangen te Tilburg met een praktijkgedeelte in het Instituut voor Doven te St Michielsgestel.Deze studie was gericht op het bekwamen van onderwijzers, reeds in actieve dienst, voor het onderwijs aan gehoorgestoorde kinderen.Op het Instituut voor Doven te St Michielsgestel was en is nog steeds het onderwijs gebaseerd op de orale methode: communiceren via gesproken taal. Heel de manier van lesgeven was er dus op gericht kinderen zoveel mogelijk te leren spreken: geluiden leren waarnemen en zelf produceren, leren 'horen en ritmisch spreken', dagelijkse individuele spreeklessen voor de spiegel, enz.
In de vijftiger jaren kwamen de gehoorapparaten op de markt.Voor kinderen met hoorresten was het geweldig om geluiden echt te horen en te leren verstaan wat er gezegd werd en zelf ook makkelijker leren spreken. In 1951 kreeg het instituut, dank zij een financiële ondersteuning van het Landsministerie van Sociale Zaken, de beschikking over een driedelig 'modern' hoorapparaat met een audiometer. Het apparaat betekende een grote hulp bij de individuele spreeklessen. In 1954 met een gevorderde techniek kwam er een tweede en een derde klassapparaat waarbij zelfs een klemtoonlampje was aangebracht. Er kwamen toen ook kleine draagbare apparaatjes waarvan er zelfs 4 door Sociale Zaken betaald werden.
School en internaat vormden één geheel. Men sprak toen ook niet over internaat maar van de school waar de leerlingen overbleven.Het was de eerste twintig jaar ook een betrekkelijk kleine groep leerlingen,op zijn hoogst een veertig,die bij wijze van spreken 24 uur per dag getraind werden.In de namiddag kwamen ook zusters-onderwijzeressen van andere scholen om gedurende enkele uren spreeklessen te geven;elk kind kreeg dagelijks een beurt.
In het archief is geen materiaal aanwezig waaruit opgemaakt kan worden welke methoden bij het onderwijs van taal,rekenen,en andere vakken gebruikt werden.Dat het niet eenvoudig geweest moet zijn is een feit.Alleen al de grote verschillen van leeftijden waarop de kinderen ingeschreven werden roept vraagtekens op. Er kwamen al kinderen naar school op vier- of vijfjarige leeftijd, maar er waren er ook die pas kwamen als ze al 9 of meer, ja zelfs 14 jaar waren.Veel leerlingen kwam te oud en zonder voortrainig op school; voor hen was de gevoelige leeftijd om te leren voorbij. De oude kinderen werkten remmend op het leerproces van klasgenoten die een stuk jonger waren. Ook zullen er dikwijls kinderen met heel veel heimwee in de klas hebben zitten dromen van hun huis, broertjes en zusjes en andere speelkameraden waar ze zo lang van verstoken waren.
De explosieve aanmelding van dove kinderen die vanaf 1966 begon ten gevolge van de Rode hond-infectie (rubella-infectie) in 1962 deed in korte tijd het aantal leerlingen verdrievoudigen en had verschillende gevolgen van diverse aard. Zo moesten er meer gebouwen komen met meer leslokalen en leerkrachten en regelmatige tekorten aan gehoorapparaten. Ook kwamen er veel leerlingen van eenzelfde leeftijd en konden er dus homogenere klassen gevormd worden.....Door die grote toeloop van kinderen, de daardoor noodzakelijke verbouwingen raakte een en ander van het onderwijs in de slop. De directie was niet ambulant meer, had zelf een grote klas en geen tijd meer om spreeklessen te geven, en had daarbij veel andere materiële zaken te regelen. Het aantal leerkrachten groeide die het met enorm veel goede wil moesten doen maar waarvoor geen specifieke opleidingen voor dovenonderwijs voor bestonden. De firma die Philips vertegenwoordigde was niet in staat steun te bieden wat betreft aanschaf en onderhoud van gehoorapparaten.Een voordeel van deze toeloop van een groot aantal kinderen van dezelfde leeftijd die vanaf 1966 ingeschreven werden was dat er klassen gevormd konden worden met leerlingen van eenzelfde leeftijd en er dus gewerkt kon worden met homogene groepen leerlingen.
Uit St Michielsgestel werd medewerking voor de school toegezegd.In oktober 1967 kwam Broeder Acharius van Dongen uit St Michielsgestel voor een maand naar Suriname.Hij sprak met de minister van onderwijs over de aparte plaats die het onderwijs aan gehoorgestoorde kinderen innam in het geheel van bet B.O., de hulp aangeboden uit Nederland, de extra salariëring van de leerklachten,het aantal kinderen per klas en de grote behoefte aan extra leerkrachten voor het articulatieonderwijs. Hij had een bijeenkomst met de talrijk opgekomen ouders van de dove leerlingen waarbij hij de nadruk legde op het altijd tot kind spreken, i.v.m. gelaatgerichtheid en geluidgerichtheid en het dove kind als een normaal kind te beschouwen en het niet te verwennen.Dagelijks gaf hij les aan de leerkrachten van de Kennedyschool waarbij hij sprak over de spraakontwikkeling van het normale en van het dove kind,over klinkers en medeklinkers en het aanleren daarvan en het verbeteren, over het liplezen en hoortrainingen,over audiologie en anatomie en fysiologie van het gehoor en over de taalmethode.