![]() |
KENNEDYSTICHTING School - internaat voor |
Direktie
: Verlengde Gemenelandsweg 18 d. Tel 410555 |
|
Doelstelling/De school/Internaat/Opvoeding en Onderwijs/Financiële Zorgen/Nalini |
|||
De zusters draaiden elk drie posten; de voormiddag in de klas, in de namiddag individuele spreeklessen en de kinderen verder bezig houden.Dan was er ook nog de nachtdienst:slapen bij de kinderen.In de loop van het bestaan van het instituut werkten er 15 zusters van Oudenbosch.Zr Antonieta kreeg in 1958 een andere opdracht binnen haar congregatie:in Kenya een doveninstituut opstarten.Na 10 jaar Suriname ging Zr.Leatitia in 1962 haar achterna.Zuster Notburga Gambler was van 1955 tot 1972 een begrip voor de interne kinderen.Zr Lucia bleef tot 1975 in Suriname.Die pioniers leven nog:Zr Antonia 84,Lucia 79 en Leatitia 82. Zr Ancillea Burgos en Zr Virginia Forster van dezelfde congregatie,beiden nog in Suriname, waren ook aan de Kennedyschool verbonden.Zuster Angéle Kroon,schoolhoofd tot 1979 is voor velen van ons een bekende .Zr Magdalena Manniën was de laatste van Oudenbosch die vertrok (augustus 1985)na er enkele jaren hoofd van de huishoudelijke dienst op het internaat te zijn geweest.
In oktober 1964 begon het nieuwe schooljaar zonder blinde leerlingen.Er moest dus een andere naam komen.Een eerste naamsverandering kwam in 1953 met de komst van de blinden;het confessionele St Theresia verdween en het werd 'Doofstommen en Blinden Instituut' en in 1960 verdween het woord doofstom en kwamen er briefhoofden met 'Doven en Blinden Instituut en ook 'Instituut voor Doven en Blinden'.Nu werd het instituut omgedoopt tot 'Kennedy-Instituut' naar de kort daarvoor vermoorde President Kennedy van de Verenigde Staten van Amerika.Er kwam in die tijd ook een Kennedy Highway en een Kennedystraat in Paramaribo.In de volksmond lag 'instituut' niet zo makkelijk en het werd,ook op de gevel waar de jongens sliepen,al heel vlug Kennedyschool.Niet Kennedyschool zoals we dat nu kennen.
Hoewel de Zusters van Oudenbosch zich ten volle gaven, had de zorg voor de gehoorgestoorden onder hun leiding te kampen met twee emstige problemen, te weten:
1.Allereerst waren de middelen en mogelijkbeden van de zusters, gezien de gestage groei van bet aantal leerlingen, uiterst beperkt en absoluut ontoereikend voor het lenigen van de nood.
In januari 1951 was de algemene overste van de zusters in Suriname.Zij schreef de Gouverneur van Suriname dat uit haar bevindingen bleek dat het onderwijs aan het instituut goed was, niet onderdeed voor St. Michiels-gestel en dat de drie zusters waarvan een met hoofdakte, een met onderwijzersakte en de derde met Frobelakte B en alle drie in het bezit van het diploma voor Doofstommenonderwijs nog steeds ongesalarieerd werkten.Of haar verzoek voor een salaris voor deze zusters toen igewilligd werd weet ik niet.Wel ontvingen zij in 1956 een eerste toelage van het Departement van Onderwijs ad Sf12.305, =. Het duurde tot september 1967 eer het eerste salaris voor een van de zusters uitbetaald werd door de Overheid.Voor de internen, tot 1970/71 waren alle leerlingen intern, verstrekte Sociale Zaken een vergoeding vanaf 1948 en wel Sf125 per kind en dan alleen voor een aantal Surinaamse kinderen. In 1963 was de internaatssubsidie opgelopen tot Sf 180 per kind.
2. Het tweede probleem lag op een heel ander vlak. Het Instituut droeg een duidelijk confessioneel karakter, terwijl de handicap van gehoorgestoordlieid uit de aard van de zaak zelf niet confessioneel gebonden is.
Op 5 oktober 1964 nodigde de Algemene Overste (Consolata Roovers) daarom een aantal. mannen en vrouwen van verschillende levensbeschouwing uit om hen te helpen bij de oprichting van een neutrale stichting van en voor de totale Surinaamse gemeenschap. Een jaar werd aan voorbereidingen daartoe besteed. Op 1 april 1965 riep Zr Thérèse Speekenbrink, Missieoverste van de zusters, de eerste vergadering van bet bestuur van de Kennedystichting, met als doelstelling het bevorderen en behartigen van de educatieve, geneeskundige, geestelijke en materiële belangen van gehoorgestoorde personen, ongeacht ras, nationaliteit of godsdienstige overtuiging, in Suriname en de Nederlandse Antillen, bijeen en vond de heer Wijnhove bereid op deze vergadering de functie van voorzitter waar te nemen en mevr. Koole-König die van secretaris.
Op 14 april was er een tweede bestuursvergadering waarin de heer Mr M.G. de Miranda als lid werd geïnstalleerd en tevens bereid gevonden om met onmiddellijke ingang het voorzitterscbap op zich te nemen.
De samenstelling va het eerste bestuur was als volgt:
| Voorzitter | Mr M.G. de Miranda |
| Secretaris | Mw W.C.A.M. Koole-König |
| Penningmeester | Moeder Overste Thérèse Speekenbrink |
Leden |
de dames Mej. G.M. Biswamitre,Zr Angela van Gaans,en de heren W.A.J. Wijnhoven,drs A.J.Brahim,drs I.E.S.Does en Frater Vincentius Smeets |
Mevrouw K. de Vries-Peters, de echtgenote van de toenmalige Gouverneur in Suriname, aanvaardde in april 1965 de uitnodiging als beschermvrouwe van de stichting.